A. J. G. Peeters

Nijmegen, 1918 - 2007

 

In het begin van de jaren dertig zette mijn vader zijn eerste schreden op het zilverpad. Achtereenvolgens leerde hij het edelsmeedvak in Nijmegen, Den Bosch, Haarlem en Arnhem. In het laatste atelier bleef hij werken als volleerd goudsmid, juwelenmonteur en graveur. Hoe vreemd het ook moge klinken: het waren in oktober 1944 de geallieerden die ervoor zorgden dat mijn vader zich zelfstandig vestigde. De weg naar Arnhem was door oorlogsgeweld afgesneden, zodat hij noodgedwongen in Nijmegen een eigen atelier begon: heel eenvoudig, op een slaapkamer in het ouderlijk huis. Onmogelijk kon hij vermoeden dat toen de grondslag werd gelegd voor een winkel met werkplaats die 77 jaar later nog altijd de familienaam zou dragen.

Van meet af aan stroomden de opdrachten binnen. Geallieerde militairen waren dol op sieraden waarin vooroorlogs muntgeld was gemonteerd. Talloze ringen, armbanden, broches en kettinkjes werden verkocht, later ook lepels, versierd met dubbeltjes, kwartjes, guldens en rijksdaalders. Ook verdwenen muntstukken in de smeltkroes want baar zilver was nauwelijks voorhanden. Al vlug kon mijn vader het werk niet meer aan en assisteerde zijn verloofde (later mijn moeder) hem als leerling-goudsmid. Eenmaal getrouwd zou zij helpen in de winkel. Na het vergissingsbombardement van februari 1944 was er in het geruïneerde Nijmegen nauwelijks bedrijfsruimte voorhanden. Pas in 1950 kwam een huurpand vrij in de Prins Hendrikstraat. Hier startte de juwelierszaak, gesteund door een eigen, goed geoutilleerd atelier. Het huidige winkelpand met woonhuis in de Van Welderenstraat werd twaalf jaar later aangekocht. Liefst vier decennia voerde mijn vader een meesterteken: zijn initialen ‘A-P’, gevat in de contour van een liggende ruit.

 

Meesterteken in gebruik van 1950 - 1991

J. P. Peeters

Nijmegen, 1949 - heden

 

Als jongetje van acht, met een eigen ‘werk’-plek, volgde ik mijn vaders verrichtingen al vol bewondering. Ik hielp met eenvoudige werkzaamheden als het bedienen van de blaasbalg, later met het uitgloeien, smelten of walsen van het edelmetaal. Toen een imposante collectie kerkzilver werd opgeknapt, stond mijn besluit vast. In 1967 begon ik bij mijn vader als leerling-goudsmid. De glans van het antieke zilver fascineerde me: mijn toekomst was die van de edelsmid. In de praktijk van alledag kreeg ik een ouderwets gedegen opleiding, daarnaast volgde ik in Zeist twee jaar lang privé-lessen bij de gerenommeerde edelsmid Nico Huisman.

Toen ik in 1984 de werkplaats overnam, had ik het diploma Juweliersbedrijf op zak en rondde ik in Schoonhoven juist de vakopleiding Goud- en Zilversmidsbedrijf af. Mijn meesterteken bestaat uit mijn initialen in dezelfde ruitvorm, mét een verwijzing naar de tweede generatie: ‘J2P’. 

Zes jaar later volgde de juwelierszaak. Niettemin bleef de werkbank meer trekken dan de toonbank, de werkplaats meer dan de winkel. Meer dan het moderne assortiment intrigeerde het oude schepwerk, kleinzilver en corpuswerk, vooral dat uit de 19de en begin 20ste eeuw. Die passie deden mijn vrouw Marianne en mij in 2002 besluiten om ons voortaan op het antieke edelmetaal te richten.

Inmiddels is onze zaak een trefpunt voor verzamelaars en liefhebbers van zilver. Alle benodigde reparatie- en herstelwerkzaamheden worden in eigen atelier verricht, waarbij vakkundige ambachtelijkheid voorop staat. Desgewenst wordt het schepwerk bijvoorbeeld op eeuwenoude wijze handmatig gebruneerd, hetgeen – anders dan bij machinaal trommelen of polijsten - een ongeëvenaarde, blijvende glans waarborgt. Vijftig jaar ervaring als goud- en zilversmid garanderen dat al het antieke zilverwerk op verantwoorde wijze in een perfecte conditie worden gebracht.

Meesterteken in gebruik van 1982 - heden

Zilveren schaaltje  (handwerk)

Meesterteken     J2P in liggende ruit

Afmeting               diagonaal 110 mm, hoogte 51 mm